Geschiedenis

1857, een man genaamd Robert Baden-Powell wordt geboren in Londen. Later werd deze man beter gekend als de grondlegger van de huidige scouting.

Als officier van het Britse leger tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika had Baden-Powell heel wat verspiedings- en verkenningsopdrachten uitgevoerd. Vandaar de latere benaming: scouting.  Gebaseerd op ervaringen en ideeën van hemzelf en anderen ontwierp Baden-Powell een jeugdspel dat in 1908 door hem werd beschreven en gepropageerd in zijn boek Scouting for Boys. Terwijl hij dit schreef, testte hij zijn ideeën en methodes tijdens een kamp op Brownsea Island dat op 1 augustus 1907 begon, en tegenwoordig wordt beschouwd als het begin van scouting als jeugdbeweging.

In 1908 werd de eerste jongensscoutsgroep opgericht. Onder zijn leiding groeide scouting snel uit en in 1939 waren er 3,3 miljoen scouts in meer dan 32 landen. Ondanks zijn militaire opleiding heeft Baden-Powell het scoutsleven steeds as een open beweging gezin die niet door militaristische ideeën werd beïnvloed.

De basis van scouting stoelde op 5 pijlers:

  1.  Engagement
  2. Ploegwerk: patrouilles met voor ieder individu een specifieke taak naargelang diens vaardigheden.
  3. Dienstbaarheid: naast eigen werking mee helpen aan uitbouw van de maatschappij.
  4. Zelfredzaamheid: leren je plan te trekken in moeilijke omstandigheden
  5. Medebeheer: samen beslissingen nemen en verantwoordelijkheid tonen.

De eerste Vlaamse scoutsgroepen werden opgericht in 1910. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het scoutisme in België verboden maar bleef clandestien verder werken. In 1915 werden de eerste meisjesafdelingen ingericht en in 1916 worden de Vlaamse zeescouts gesticht in Antwerpen. In 1920 vond de eerste internationale Jamboree plaats te Londen met 8.000 deelnemers waar Baden-Powell werd uitgeroepen tot ‘Chief Scout of the World’. In het jaar 1930 werd de Vlaamstalige federatie onder de naam “Vlaams Verbod der Katholieke Scouts” (VVKS) opgericht.

In 1937 werd een poging gedaan de eerste scoutgroep op te richten in Mol. Maar dit werd verhinderd door de concurrerende groepen. De start van de scouts in Mol situeert zich in het jaar 1941. Henry Beliën en zijn collegevried Joris Gerard begonnen met een verkennergroep. Zij bezochten samen op een koude novemberdag rond Allerheiligen 14/10/1940 de commissaris Verbeucken in Herentals die de eerste 4 patrouilles de belofte afnam. Samen met pater Adriaensen van Postel loodsten de vrienden het jonge volkje doorheen de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens de oorlogsjaren was het door de bezetter verboden om het scoutsuniform te dragen. Ook mochten er geen nieuwe groepen worden opgericht. Daarom werd de Molse scouts een onderafdeling van de Geelse Tracitius-scouts en bleef zo voortbestaan tijdens de bezetting. Wekelijks moesten ook verslagen gemaakt worden welke overgemaakt moesten worden aan de Orts-Kommandatur in Turnhout.

Na de oorlog vervoegde een tweede scoutsgroep bestaande uit 3 patrouilles de scoutsgroep. Deze was opgericht door een leraar (Rik Nysen) in de vakschool en scoutslid was geweest in Leuven.

Het eerste Molse scoutslokaal was een achterliggend gebouw op de hoek van de Gildestraat en de Hangarstraat. Later mocht men gebruik van maken van de opslagplaats van granen en bloem van Miel Luyckx in de Bossenstraat. Onder leiding van de zussen Van Hoof kwam er een welpengroep bij. Het lokaal werd te klein en daarom werd in 1952 een terrein aangekocht aan de Turnhoutsebaan (aan sigarenfabriek Caraïbe, nu electro Van Herck).

Terwijl andere jeugdbewegingen zoals K.S.A., Chiro en K.A.J. sterk christelijke georiënteerd waren, wilden de scouts een open beweging zijn, weliswaar ook met een christelijke beleving. Door een gebrek aan medewerking van de lokale clerus werd de eerste aalmoezenier, een norbertijn van Postel, pater Hugo Robertus Adriaensen. Het open karakter van de scouts zorgde ervoor dat ook de jongeren uit het technisch en uit het officieel onderwijs aansloten. Ook uit andere parochies kwamen nieuwe leden zich aansluiten.

Ten einde een aanvullende leidersvorming te garanderen, organiseerde het verbond jaarlijks een Gilwellcursus. Naast een speciaal tiendaags kamp (meestal op de Kluis in Sint-Joris Weert) diende ook een schriftelijke proef over maatschappij- en vooral jeugdproblematiek geschreven te worden. Vanuit de goeddraaiende Molse scoutsgroep kregen enkele verkenners de opdracht om elders in Mol patrouilles te stichten. Dit was één van de opdrachten om het predicaat van staftroep te kunnen behalen. In dit kader trokken de Eiken naar Donk, de Beuken naar Ezaart, de Sparren naar Ginderbuiten en de Berken naar Sluis.

Ten eind van de jaren 50 werd bovendien ook de eerste kapoenentak in Mol opgericht.

1958: Rik Carlier kwam op een mooie lentedag met zijn fiets aan bij de abdij van Postel en klopte aan. Hij was op zoek naar een aalmoezenier voor een nieuwe scoutsgroep in Ginderbuiten. En zo stonden Rik en Pater Ivo (Ivo Billiaert) aan de wieg van scouts Mol-Ginderbuiten.

“Rik was ne echte scoutsleider in hart en nieren, maar het was ook gene gemakkelijke. Hij wist duidelijk wat hij wilde”: aldus Pater Ivo.

Initieel werd in de lente van 1958 enkel een verkennersgroep opgericht. En een lokaal was er niet. Daarom werd er samengekomen bij het huis van één van de leiders. Dit was eerst bij Maria & Maurice Teeuwen in de Kropstraat. [Aan je rechterzijde, in de bocht net voor je de Kropstraat inrijdt via de Ginderbuitenstraat].

Het eerste kamp (1958) van onze scouts vond plaats op eigen bodem. Zo kampeerden we op een stuk grond van Graaf de Broqueville te Postel tegenover de oude steenovens, waar de dag van vandaag de Golfterreinen liggen.  Het tweede scoutskamp (1958) was in Lichtaart op een domein van de abdij van Postel. Dicht bij domein Snepkensvijver. Dat kamp werden ze nog bedreigd door een bosbrand iets verder en werden ze gevraagd zich voor te bereiden op een evacuatie. Gelukkig was dat niet nodig.  Een jaar later gingen de welpen voor het eerst op kamp. Zij logeerden in Postel tegen de Nederlandse grens in kippenkoten die omgebouwd waren tot mooie slaapplaatsen.

In 1959 gebeurde er heel wat in de scouts van Ginderbuiten. Zo stierf Vaandrig Victor dat jaar. Ook Fic Smets had besloten de scoutsfamilie te verlaten. Een vaandrig van het Sluis (Robert Van Hoof) en twee assistenten van Mol-Centrum (Herman Wijnants en Herman Slaets) vervoegde onze scouts en zouden on helpen te overleven gedurende het volgende scoutsjaar. Ook pater Ivo verliet in 1959 zijn functie van aalmoezenier. “De witte, rijzige man uit Postel die wel meermaals per week met zijn fiets naar Ginderbuiten bolde”.

De voormalige groepsleider Rik Carlier vertrok op zaterdag, 3 oktober 1959 naar Israël voor zijn stage van 9 maanden als tuinarchitect. Norbert Dumont had daarom eerder dat jaar het groepsleiderschap van hem overgenomen.  Ook Alois Schoofs, die september 1958 nog aantrad bij onze scouts, verliet in ’59 de groep voor zijn legerdienst te vervullen.  Hij was gevraagd door pastoor Smits om zijn vroegere Chiro-ervaring en kampervaring bij de scouts van Grobbendonk te gebruiken in onze scoutsgroep. In 1958-1959 was hij hopman van de JV’s en heeft daarbij de gelofte van Marcel Eyckmans nog genomen. Hij was teven de organisator van de Wafelenslag.

“Dit jaar is de datum vastgesteld op 18 oktober. We verwachten van u beste mensen van Ginderbuiten, dat u ons daadwerkelijk zult steunen met deze wafelenbak. Ik vraag u niet van onze wafelen eens te proeven. Neen… doe dat niet! Maar eet je buikje die dag eens deftig vol met … onze scoutswafelen. Ze zullen uw body ten goede komen en niettemin onze scoutskas”: Parochieblad zondag, 4 oktober 1959.

Eind jaren 50 trok de scouts naar het Vekeblok waar ze introkken in een oude boerderij waar we nu de parking van het P.C. vinden. In 1959 werd de kapel in Ginderbuiten afgebroken. De stoelen, communiebanken, … kreeg de scouts.

In 1964, werden de scoutslokalen opgetrokken te Vekeblok. Dit toen enkele scoutsleden de handen in elkaar sloegen. Ze studeerden de richting ‘bouw’ aan de vakschool van Mol en vonden dit het ideale idee voor hun examenproef. En zo ontstonden onze lokalen. De tijd daarvoor had de scouts enkel een klein materiaalhuisje gelegen op de hoek van de Kapellestraat en de Singellaan.  Onze lokalen hebben gedurende de jaren echter een enorme evolutie ondergaan.

 Zo werd bijvoorbeeld 'de toren' naast de initiële lokalen pas later bijgebouwd. Gedurende de vele jaren evolueerde de lokalen erg. Tot ze in 1996 aan een opknapbeurt toe waren. Er werd een nieuw dag gelegd, de keuken werd vergroot en vernieuwd, nieuwe plafonds, nieuwe riolering, nieuwe toiletten, … Dit werd op zaterdag, 25 mei 1996 gevierd met een receptie en op zondag, 26 mei was iedereen welkom om een kijkje te nemen tijdens de jaarlijkse Open Dag.

Later, in 2015 werden opnieuw werken uitgevoerd om het lokaal brandveilig te maken. De inspanningen werden beloond met een erkenning als type A jeugdverblijf. Vandaag de dag worden in deze lokalen nog steeds onze wekelijkse vergaderingen gehouden op zaterdagnamiddag. Al vertoeven we liever in de bossen.

In 2008 mochten we ons 50-jarig bestaan uitgebreid vieren en dit gebeurde dan ook met enkele speciale activiteiten. Zo werd er een dropping georganiseerd met kompas en een jubeleumweekend. In 2018 staat het 60 jarig bestaan op de kalender.

Ook welbekend in Ginderbuiten en omstreken zijn de vele legendarische edities van het Karnavalbal. Toch lang dé fuif van de regio geweest. Ook de fuif Night of the Monkey hebben wij jaren met plezier georganiseerd. Maar zoals het fuivenlandschap veranderd, veranderen ook onze activiteiten. Sinds vorig jaar hebben we terug een rijkelijk gevulde kalender.

In 2017 sprak de verbondscommisaris nog de wijze woorden uit: “Een scout is iemand dat de wereld een beetje beter achterlaat dan dat hij hem vond”.